Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Stikstofproblematiek

De vergunningverlening voor de haven- en industriële bedrijven zit sinds de uitspraak van de Raad van State in mei 2019 over het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vrijwel op slot. De door het kabinet voorgestelde structurele aanpak met een ‘evenwichtig’ pakket aan natuur en stikstof reducerende maatregelen biedt onvoldoende perspectief. Het leidt niet tot ontwikkelingsruimte, geeft veel onzekerheid voor de Rotterdamse haven en leidt tot verslechtering van het Nederlandse vestigingsklimaat. De noodzakelijke vernieuwing- en transitie-opgave van de haven en industrie stagneert en kansen gaan verloren als we nu niet handelen. Investeringen zullen vaker elders in Europa plaatsvinden en het haven- en industriecomplex kan zijn leidende positie gaan verliezen. De effecten daarvan zijn vermindering van de werkgelegenheid en investeringen die in toenemende mate stil dreigen te vallen, met bijbehorende negatieve effecten voor de bouwsector.

We menen dat beleid gebaseerd op Europese verplichtingen niet tot verschillen in vestigingsmogelijkheden mag leiden. Als Havenbedrijf Rotterdam en het havenbedrijfsleven zijn we ervan overtuigd dat het beter kan en moet. We doen daarom concrete voorstellen die resulteren in meer investeringszekerheid, meer ontwikkelingsruimte voor de Rotterdamse haven en betere natuurbescherming met behoud van ontwikkelingsruimte voor andere sectoren van de economie (zoals de landbouw en woningbouw). We werken samen met het havenbedrijfsleven, de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, het Rijk en DCMR Milieudienst Rijnmond/Omgevingsdienst Haaglanden aan diverse oplossingsrichtingen, zoals een ‘stikstofkoepel’ en stikstofdepositiebank. Zo proberen we de investeringszekerheid en ontwikkelingsruimte voor de Rotterdamse haven te realiseren. 

Jeannette Baljeu, gedeputeerde provincie Zuid-Holland

‘Het Havenbedrijf Rotterdam zoekt met alle belanghebbenden naar de plus’ 

Op 29 mei 2019 kwam door een uitspraak van de Raad van State de vergunningverlening voor bedrijven die tijdens de bouw- of operatie stikstofoxiden uitstoten vrijwel geheel tot stilstand. Belangrijkste gevolg voor de Rotterdamse haven: de noodzakelijke vernieuwing en transitieopgave stagneert, investeringen blijven achter en kansen dreigen verloren te gaan. Jeannette Baljeu is gedeputeerde bij de provincie Zuid-Holland met onder meer stikstof en de transitie van haven en industrie in haar portefeuille. Welke oplossingen ziet zij voor de stikstofproblematiek? 

‘Stikstof heeft op veel terreinen een effect en dat maakt het zeer complex. Zuid-Holland is de drukst bevolkte provincie van Nederland. Nagenoeg alle sectoren vinden hier een plek. Daarom is de druk van het stikstofvraagstuk groot. Het Rijk heeft een maatregelenpakket neergelegd om de stikstofdepositie te laten dalen. Economische projecten, inclusief de duurzame, vallen binnen dit pakket buiten de boot. Dat is jammer, want de industrie die een omslag maakt, moet worden ondersteund. De inspanning van de provincie is vaak onzichtbaar, omdat we het resultaat ervan nog niet zien. Onze lobby naar het Rijk is heel stevig, ook als het om de Rotterdamse haven gaat. Ik besef heel goed dat het Rotterdamse haven- en industriecomplex van groot economisch belang is voor de Nederlandse en Noord-Europese economie.’ 

Aan welke oplossingen werkt u? 

‘Er moeten mogelijkheden komen, linksom of rechtsom. Vanuit de omgevingsdienst Haaglanden, verantwoordelijk voor de vergunningen, kijken we nadrukkelijk hoe we zo goed mogelijk de regels kunnen toepassen, zodat er projecten kunnen doorgaan. We denken mee in wat wel kan, we werken aan maatwerkoplossingen. Dat is belangrijk omdat de duurzame transitie moet doorgaan, uitstel is schadelijk. De inzet is het creëren van meer investeringszekerheid, meer ontwikkelingsruimte voor de Rotterdamse haven en een betere natuurbescherming met behoud van ontwikkelingsruimte voor andere sectoren, zoals de landbouw en woningbouw. Ik weet dat het Havenbedrijf Rotterdam voor de korte termijn denkt aan salderingsoplossingen via het aankopen van depositieruimte. We kijken ook samen naar het maken van ruimte voor de haven in een landelijk registratiesysteem. Daarbij kijken we ook naar de mogelijkheden of de onmogelijkheden van het oprichten van een stikstofbank.’

Wat vindt u van de rol van het Havenbedrijf Rotterdam als het gaat om het zoeken van oplossingen voor de stikstofproblematiek?

‘Het Havenbedrijf Rotterdam vecht als een leeuw en ik begrijp dat heel goed. Er ligt de belangrijke opdracht om de haven te verduurzamen, die dreigt nu stil te vallen. Een opgave die ook van belang is om de stikstofdepositie terug te brengen. De inzet in Rotterdam is enorm en de expertise is groot. Daar maken wij ook gebruik van door veel met elkaar en andere stakeholders te schakelen. De analyses zijn gemaakt en mogelijke oplossingsrichtingen zijn in kaart gebracht. Het Havenbedrijf Rotterdam weet heel goed hoe je met omgevingsmanagement en in het verlengde daarvan met partners werkt. Samen met Natuurmonumenten hielden ze bijvoorbeeld een presentatie waarin ze de lessen van Maasvlakte 2 meegaven hoe samenwerking tot een win voor alle stakeholders kan leiden. Het is ook in de zoektocht rond de stikstofproblematiek van belang om te kijken hoe belangrijke projecten voor de transitie kunnen doorgaan en de natuur ook tot zijn recht komt. Ik zie duidelijk dat het Havenbedrijf Rotterdam met alle belanghebbenden naar de plus zoekt.’

DEEL DEZE PAGINA