Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

De pagina ververst bij het selecteren van een onderwerp.

Sla artikel navigatie over.

Gezonde omgeving

Een aantrekkelijke omgeving voor het haven- en industriecomplex is essentieel, zodat bedrijven willen investeren en mensen graag wonen, werken en recreëren. Om dit te bereiken, overleggen we met onze stakeholders. De economische en maatschappelijke waarde van de haven hangt nauw samen met de kwaliteit van de leefomgeving. Deze kwaliteit wordt bepaald door factoren zoals de aanwezige natuur en biodiversiteit, geluidbelasting, veiligheid, lokale luchtkwaliteit en de bereikbaarheid van de haven en omgeving.

We hebben een eigen ‘Natuurvisie’ (Natuur en biodiversiteit in de havens | Port of Rotterdam) waar we de natuur in onze plannen en projecten integreren om de balans tussen natuur en het havengebied te waarborgen. Onderdeel van een gezonde omgeving is de luchtkwaliteit en we monitoren dit als doelstelling. In onderstaande figuur is dit thema nader toegelicht.

  • De doelstellingen voor stikstofdioxide, zwaveldioxide en fijnstof zijn de EU-grenswaarden, respectievelijk: 40 µg/m3, 20 µg/m3 en 40 µg/m3.

  • De aanwezigheid van stikstofdioxide is enigszins gestegen, maar ligt met 23,4 µg/m3 nog steeds ver onder de grenswaarde.

  • De hoeveelheid zwaveldioxide is al jaren constant en ver onder de grenswaarde: 1,4 µg/m3.

  • Het gehalte fijnstof is dit jaar licht gedaald, naar 18,6. Hiermee voldoet ook dit aan de grenswaarde.

Lokale luchtkwaliteit

DCMR Milieudienst Rijnmond rapporteert jaarlijks over de luchtkwaliteit in de directe woonomgeving van het haven- en industriecomplex. We gebruiken de jaargemiddelde concentraties, zwaveldioxide, fijnstof en stikstof als indicatoren om de luchtkwaliteit te beoordelen. Uit het rapport 'Lucht in cijfers 2022' (cijfers lopen één jaar achter) van DCMR blijkt dat de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in 2022 23,4 µg/m3 bedroeg, ten opzichte van 23,1 µg/m3 in 2021. Deze concentraties voldoen aan de momenteel geldende luchtkwaliteitsnormen. Ondanks een toename in verkeersintensiteit in 2022, zijn de concentraties vergelijkbaar met die in de jaren tijdens de COVID-19-crisis.

Op dit moment herzien Europese autoriteiten de richtlijn voor luchtkwaliteit. Dit gebeurt onder andere naar aanleiding van de WHO-advieswaarden die strenger zijn dan de huidige wettelijke normen. We verwachten om deze reden dat de normen voor stikstofdioxide en fijnstof aanzienlijk zullen worden aangescherpt.

Het eNose netwerk, een combinatie van sensoren die veranderingen in de luchtsamenstelling waarneemt, bestond in 2023 10 jaar. We bieden dit netwerk aan als service aan het bedrijfsleven om geurhinder effectief te bestrijden en het vrijkomen van gevaarlijke stoffen vroegtijdig te signaleren.

Walstroom voor cruiseschepen

Het Havenbedrijf Rotterdam is zich bewust van de discussie over het afmeren van cruiseschepen. Ze draaien vaak op generatoren voor de benodigde energie aan boord. Hierbij vindt uitstoot plaats van onder andere fijnstof, stikstof en CO2. Daarom voeren de gemeente en het Havenbedrijf Rotterdam een gezamenlijke strategie en ontwikkelprogramma om walstroom voor zeeschepen te versnellen en op te schalen. U leest er hier meer over.

Geluidmanagement haven

De ruimte voor industrielawaai is schaars en zorgvuldig beheer van deze geluidruimte is van belang. Wij zijn verantwoordelijk voor het beheer van het geluidbudget en de verdeling hiervan aan klanten. DCMR Milieudienst Rijnmond legt namens de provincie Zuid-Holland en de gemeente Rotterdam het geluidbudget in de vergunning van de bedrijven vast. Ook controleert DCMR de akoestische onderzoeken van de bedrijven en of een bedrijf voldoet aan de wet- en regelgeving voor geluid.

Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Hierin verankeren we het geluidmanagement en de geluidruimte gekoppeld aan het Rotterdamse haven- en industriegebied in een thematisch omgevingsplan. Dit maakt deel uit van een breder Programma Havengeluid en omgeving, waarin we samen met de regiogemeenten en andere belanghebbenden actief een nieuwe balans zoeken tussen wonen, havenactiviteiten en leefomgevingskwaliteit. We zijn in 2023 gestart met de voorbereidingen.

Het zogenoemde nestgeluid van afgemeerde schepen is daarbij een belangrijk onderwerp. Om de periode tot het thematisch omgevingsplan te overbruggen, stelden we met de regiopartijen in 2023 de interim werkwijze nestgeluid op. We actualiseerden ook de (proces)afspraken met de regiogemeenten over de woningbouwprogramma’s in het RAK-convenant (regionaal afsprakenkader).

Ondertussen is samen met de gemeente Rotterdam en de provincie Zuid-Holland een langjarig meetprogramma gestart om meer kennis te krijgen over de geluidproductie van afgemeerde schepen. In 2023 gaven we onder de naam ESI Noise zeeschepen een financiële korting als inzichtelijk was hoeveel geluid het schip produceert op het moment dat het ligt afgemeerd.

Omgevingsveiligheid

In de haven produceren en gebruiken fabrieken gevaarlijke stoffen. Deze stoffen worden ook op- en overgeslagen en vervoerd, in zeeschepen, binnenvaartschepen, treinwagons, vrachtwagens en in buisleidingen. Deze activiteiten veroorzaken risico’s voor de omgeving. Dat geldt ook voor andere risicobronnen, zoals bijvoorbeeld de aanwezige windturbines.

De risico’s voor de omgeving worden begrensd door veiligheidscontouren, die niet overschreden worden. Bij elke vergunning toetst DCMR of aan deze eis wordt voldaan.

De veiligheidscontouren voor de Maasvlakte, Europoort en Botlek-Vondelingenplaat. De Waal- en Eemhaven en het havengebied Dordrecht hebben ook veiligheidscontouren.

Aanvullend op de toetsing aan de veiligheidscontouren wordt ook beoordeeld of er bij een calamiteit grote aantallen slachtoffers kunnen vallen. Dat gebeurt bij vergunningverlening aan bedrijven, maar ook bij het maken van plannen voor de omgeving, bijvoorbeeld voor een nieuwe woonwijk. Ook dit groepsrisico is begrensd. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt er meer aandacht voor het maximale effect van calamiteiten. Daarmee wordt duidelijk tot op welke afstand van een risicobron slachtoffers kunnen vallen, hoe klein die kans ook is. Het Havenbedrijf Rotterdam wil met de omgeving duidelijke afspraken maken over vergunningverlening. Het gaat dan om bedrijven met potentieel grote effecten en de ruimtelijk ordening in de buurt van dergelijke bedrijven.

Bij een mogelijke vestiging van een nieuwe klant beoordeelt het Havenbedrijf Rotterdam of er op de beoogde locatie voldoende risicoruimte beschikbaar is. Daarnaast beoordelen we of een nieuwe klant extra vervoer van gevaarlijke stoffen in Nederland veroorzaakt en of dat past binnen het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen.

Plastic korrels

We blijven ons op verschillende fronten inspannen om tot oplossingen te komen voor de problematiek van plastic korrels en overig plastic afval in het water en op het land. We ondersteunen diverse samenwerkingsverbanden, zoals de Taskforce Clean Sweep Rotterdam, een samenwerking vanuit de plasticindustrie tegen het verlies van korrels. De taskforce kijkt onder meer naar best practices om verlies van korrels tegen te gaan en organiseerde afgelopen jaar een opruimactie in de Londen- en Lekhaven. We zijn lid van de Community of Practice Plastic (CoPP), waarin overheden, beheerders en kennisinstellingen samenwerken tegen plastic soep. Deze samenwerking is tijdens de wereldhavendagen feestelijk bekrachtigd. En we zijn doorgegaan met de campagne 'Schone Haven, Schone Zee; doet u mee?'. Deze campagne richt zich op het voorkomen van zwerfvuil op land. Medewerkers van het Havenbedrijf Rotterdam hebben zich daarnaast ingezet om een haventerrein op te schonen tijdens de Port Clean Up.

'Net na de zomer van 2023 zijn we gestart met het verwijderen van plastic korreltjes uit de grond van de berm langs de Theemsweg', vertelt Resianne Dekker, Manager Policy & Planning. 'Deze plastic korreltjes (met een diameter van ongeveer 3 mm) zijn in het verleden in de bodem terechtgekomen door morsverliezen en verwaaiing vanaf het naastgelegen bedrijfsterrein. De hoogste concentraties aan korreltjes (tot wel 50%) bevinden zich in de bovenste decimeters van de bodem. De grond met plastic korrels is over een oppervlakte van ongeveer 600 m2 en tot een diepte van ongeveer 50 cm ontgraven en vervolgens op de locatie zelf gezeefd over een zeef van 2 mm. Hierdoor konden we de plastic korrels goed scheiden van de grond. De gezeefde grond brachten we terug op dezelfde locatie; de uitgezeefde plastic korrels worden gerecycled.'

Taskforce in actie voor World Clean Up Day